Het begon thuis
Alcohol was er altijd al. Niet als probleem, maar als vanzelfsprekendheid. Mijn vader was een stevige drinker en in ons gezin was het volkomen normaal. Niemand stond er bij stil. Het hoorde erbij.
Ik ben zelf relatief laat begonnen. Rond mijn achttiende, werkend in de horeca. Het begon met erbij horen. Een drankje na het werk, een biertje met collega's. Onschuldig. En stap voor stap werd het een gewoonte.
Hoe het groeide
In het begin dronk ik alleen in het weekend. Maar langzaam verschoof het. Na een drukke werkdag schonk ik thuis een glas in. Niet omdat ik het nodig had, maar omdat het erbij hoorde. Tijdens het koken een wijntje. Een fles die openging bij het eten en die ik vervolgens leegdronk. Twee glazen werden drie, drie werden vier.
Het is er heel erg ingeslopen. Er was geen dramatisch moment. Gewoon een langzame verschuiving van "af en toe" naar "meer dagen wel dan niet." En ik dacht er niet eens over na.
Het kantelpunt
Er is geen dramatisch dieptepunt geweest. Wat er wél was: een periode waarin ik heel bewust naar mijn leven ging kijken. Ik had zes thema's gedefinieerd: gezondheid, relaties, ontwikkeling, plezier, financiën en maatschappij. Bij elk thema stelde ik mezelf de eerlijke vraag: wat doet alcohol hiervoor?
Het antwoord was overal hetzelfde. Het kost me energie, slaapkwaliteit, helderheid, aanwezigheid bij mijn kinderen, productieve uren en geld. En dus stelde ik mezelf de ultieme vraag: wil ik leven met alcohol of zonder? Het antwoord was helder.
De ontdekking
Ik ging onderzoek doen. Artikelen, studies, boeken. En terwijl ik las, terwijl ik het mechanisme leerde kennen, merkte ik dat het verlangen vanzelf afnam.
Bijna alles wat ik over alcohol geloofde bleek een mythe. Dat het je helpt ontspannen? Alcohol creëert juist de spanning die het vervolgens tijdelijk verlicht. Dat het sociale situaties leuker maakt? Het maakt je minder aanwezig. Elk inzicht was als een laag verf die werd weggehaald.
Ik ging niet op een dag stoppen. Op een gegeven moment had ik er gewoon geen zin meer in. Niet door wilskracht, maar doordat ik de illusie had doorzien. Toen was er niets meer om tegen te vechten.
Wat ik won
Ik werd fitter wakker. Mijn ochtenden waren helder in plaats van wazig. Ik had merkbaar meer energie. Ik kon 's avonds productief zijn en toch de volgende ochtend fris mijn bed uit komen.
Mijn relaties verbeterden. Ik was meer aanwezig bij mijn kinderen en mijn vriendin. Niet alleen fysiek, maar echt aanwezig.
En misschien het belangrijkste: ik voelde me vrij. Geen innerlijk debat meer, geen beloftes aan mezelf die ik niet nakwam. Gewoon rust. De rust van een besluit dat klopt.

